Bijdrage Joël Voordewind aan het VAO Raad Buitenlandse Zaken (AO d.d. 16/01)

donderdag 17 januari 2019 00:00

Bijdrage Joël Voordewind aan een voortgezet algemeen overleg met minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die de minister van Buitenlandse Zaken vervangt tijdens dit debat.

Kamerstuknr. 21501-02

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de vragen van collega Karabulut als het gaat om Ans Boersma. Misschien kan de minister als vervanger van de minister van Buitenlandse Zaken toch iets zeggen over het verstrekken van die informatie aan de Turkse overheid.

Voorzitter. In het AO RBZ, Raad Buitenlandse Zaken, hebben we gesproken over de dreiging van de Turken om Noord-Syrië binnen te vallen, hetzij via het innemen van een buffer, hetzij via een frontale aanval op de Koerden. Daar hebben we het een en ander over gewisseld. De minister zei in dat debat ook dat de boodschap van hem zou zijn om de collega's op te roepen de Koerden in leven te laten. De ChristenUnie dacht: dat zouden we misschien nog iets anders kunnen formuleren, om een duidelijke boodschap mee te geven. Daarom dien ik de volgende motie in. Die komt een beetje overeen met de motie van collega Karabulut op stuk nr. 1946. Dus we gaan zien hoe het gaat landen. De motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Turkse regering heeft aangekondigd militaire actie te willen ondernemen in Noord-Syrië tegen de SDF;

overwegende dat de SDF een bondgenoot is in de strijd tegen ISIS;

verzoekt de regering om samen met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk binnen de Raad Buitenlandse Zaken steun te zoeken voor een oproep aan Turkije om Noord-Syrië niet binnen te vallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Van Helvert, Koopmans en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1949 (21501-02).

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Ojik heeft een vraag.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik heb een vraag aan de heer Voordewind over deze motie, omdat ik niet helemaal scherp heb — dat kan zijn omdat het vrij snel ging — wat nou eigenlijk het verschil is tussen zijn motie en de motie van mevrouw Karabulut, die mede ondertekend is door GroenLinks en de Partij van de Arbeid.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dan zouden we ze even naast elkaar moeten leggen om te zien wat precies de verschillen zijn. Ik ga ook nog even kijken naar de motie van mevrouw Karabulut. Misschien kan mevrouw Karabulut naar die van mij kijken. Maar we hebben ongetwijfeld dezelfde intentie.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Als je een signaal wilt geven — en dat willen we in dit debat — is het altijd sterker om dat met z'n allen te doen, in plaats van dat er een motie van de oppositie is en een motie van de coalitie. De heer Voordewind kan nu kennelijk niet onmiddellijk uitleggen wat het verschil is tussen zijn motie en de motie die mevrouw Karabulut al heeft ingediend. Daarom zou ik hem willen oproepen om zich samen met de mede-indieners achter de motie van mevrouw Karabulut, mevrouw Ploumen en mijzelf te scharen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik ga eerst even luisteren naar de reactie van het kabinet, maar hoogstwaarschijnlijk is de intentie van beide moties precies hetzelfde. Het signaal zal dan ook precies hetzelfde zijn. Dus we moeten even kijken hoe we dat dan verder laten landen.

De voorzitter:
Dank u wel.

Meer informatie

Labels
Bijdragen
Buitenlands beleid
Joël Voordewind
Ontwikkelingssamenwerking

« Terug